De luchtaanval op Millingen.
Op 3 februari 1945 voerde de RAF verkenningsvluchten uit boven het frontgebied, waaronder Millingen. Tijdens de voorverkenning maakten ze verschillende luchtfoto’s van Millingen. De luchtfoto’s hebben ze gebruikt om hun doelen te markeren op een kaart. De kaartcoördinaten van de doelen zijn op 10 meter nauwkeurig aangegeven. Ze hadden in het hele gebied tientallen doelen gemarkeerd. Rond en in Millingen zelf waren er 7 doelen.

De 7 doelen:
- Nr 37. Huis van Herfkens bij de Molenkolk, boerderij die tot Millingen langs de dijk bedekt.
- Nr 11. de scheepswerf,
- Nr 10 Klein Amerika,
- Nr 36 de kerktoren. In de kerktoren zat een observatiepost van de Duitsers.
- Nr 12. Pensionaat du Sacré Coeur (JMJ). Gebouw wordt gebruikt voor opslag.
- Nr 35 boerderij tegenover Zeelandsestraat 55. Bezetten boerderij met een grote boomgaard.
- Nr 8 boerderij Zeelandsestraat 65. Ongeveer bezet door 30 Duitsers.
Op 8 februari 1945 om 08:20 uur stegen jachtvliegtuigen 2nd Tactical Air Force (84th Group, 4th Squadron) op richting Kranenburg om daar de munitieopslagplaatsen aan te vallen. Ze kwamen er al snel achter dat de bewolking boven Kranenburg te laag hing om de aanval door te zetten. Ze zochten daarom al snel naar een 2de doel en dat was Millingen. Uit het rapport van 2nd Tactical Air Force wordt gemeld dat er brand ontstond in het centrum van Millingen. Wat ze waarschijnlijk zagen was het Pensionaat gebouw dat een voltreffer had gekregen en in brand stond. Ook verschillende huizen aan de Dijkstraat werden geraakt. De kerktoren werd niet geraakt. Op een luchtfoto van 14 februari 1945 is de toren nog te zien. Of de andere doelen zijn geraakt is niet bekend.
Queen’s Own Rifles of Canada in actie.
Op 8 februari 1945 om 05:00 uur maakte het Queen’s Own Rifles (QOR) zich klaar om te vertrekken richten het verzamelgebied bij Ooij. Tijdens het klaarmaken was er een uren durende artilleriebeschieting die de inleiding vormde voor Operatie Veritable. Om 12:00 uur kreeg de QOR het teken dat ze mochten vertrekken richting de Ooij. Ze kwamen rond 14:30 uur aan bij hun verzamelpunt in Ooij waar ze de hele dag bleven.
In de ochtend van 9 februari 1945 vertrokken ze vanuit Ooij richting Millingen. Compagnie C bereikte het noordelijke deel van Millingen zonder weerstand van de Duitsers. Ze maken 10 Duitse krijgsgevangen. Om 14:30 uur komt compagnie A aan in Millingen die ook geen weerstand ondervond van de Duitsers en contact maakte met compagnie C. Rond 15:30 uur komt Compagnie B aan in Millingen en maakt 1 Duitse soldaat en 2 burgers gevangen. De compagnieën komen samen bij de scheepswerf te Millingen van waaruit ze de defensieve posities gingen innemen. Compagnie D gaat volgens het plan zich bezig houden met het uitkammen van de huizen in Millingen.
In de vroege ochtend van 10 februari 1945 werd vastgesteld dat Millingen flink onder water liep, omdat de Erlecomsedam en de Kapitteldijk in december door de Duitsers was opgeblazen. Het Bataljonshoofdkwartier was in het gemeentehuis van Millingen gevestigd. Om 12:00 uur werd er gemeld dat het water in de afgelopen 3 uur met 5 inch (12,7 cm) was gestegen, en het water steeg nog steeds. De compagnieën konden niet meer in het centrum blijven en moesten verhuizen naar hoger gelegen gebied. Dat waren de huizen die op de dijk stonden. Het hoge water zorgde voor problemen, want heel Millingen stond nu onder water. Zware wapens konden niet naar Millingen toe en de bevoorrading ging moeilijker, want alles moest gebeuren met Buffalo’s. Natuurlijk stond het water niet overal in Millingen even hoog, maar op de luchtfoto’s van toen, zie je dat er overal in Millingen water heeft gestaan. Om 16:30 uur vertrok Compagnie C naar Bimmen. Er was geen weerstand er waren nog alleen burgers. Het bevel werd gegeven aan de burgers om binnen te blijven.

Op 11 februari om 08:00 uur werd er gemeld dat het water die nacht was gestegen met 2,5 feet (76,2 cm), waardoor beweging in het gebied alleen per boot nog mogelijk was. Compagnie B ging naar Keeken om daar hun posities in te nemen bij de dijk waar ze goed zicht hadden op het Bijlandschkanaal. Compagnie A maakte 2 Duitsers krijgsgevangen en nam de oude positie van compagnie B in, bij de scheepswerf. Aan de overkant van de rivier verscheen het Duitse artillerie Regiment “Elbe” dat ter vervanging van Artillerie Regiment 184 bij de 84e infanterie Divisie was ondergebracht.
12 februari om 06:00 uur waren de Royal Canadian Engineers bezig om rookpotten te installeren op de dijk, zodat de vijand moeilijk kon zien wat zich aan deze kant van de rivier speelde. De bevoorrading kwam regelmatig aan in Dukws. Op deze dag zijn er ook 2 sergeanten gesneuveld. Compagnies Quartermaster Sergeant Charles Robert Webber en Sergeant Harold Payne. Sergeant Webber was een kwartiermeester bij de intendance en als zodanig betrokken bij verplaatsingen. De precieze locatie waar Webber is omgekomen is niet bekend, omdat hij kwartiermeester was is het mogelijk dat hij buiten Millingen in gesneuveld. Sergeant Payne moest zorgen voor een plek waar de Dukws hun voorraad konden lossen. Door het hoge water ging dat moeilijker. Op 16 februari schrijf Commadant S.M. Lett een brief naar de vriendin van Payne. Commadant Lett is duidelijk over de oorzaak van zijn dood. Payne is in Millingen omgekomen door een Duitse granaatscherf. De lichamen werden door dezelfde Dukws afgevoerd als waar de voorraad mee werd gebracht. Ze werden op de tijdelijke Canadese begraafplaats in Jonkerbos begraven.

Op 13 februari om 08:00 uur werd er door 2 soldaten wacht gehouden aan de Rijn of er geen Duitsers de Rijn zouden oversteken. Compagnie B had 1 burger gevangen genomen die woonde op het eiland (SchenkenSchanz), tegenover de Compagnie. Het land werd onderzocht, maar niks gevonden. Om 15:00 uur meldde compagnie A dat er burgers de Rijn overstaken in een boot en daarbij zwaaiden met een witte vlag. Ze werden door compagnie A gevangen genomen bij de werf en werden in “Wacht am Rhein”, 2 dagen later ondervraagd door Belgische officieren. De Engineers hadden de rookpotten klaar en gelijk ontstoken. De overkant van de Rijn was niet meer te zien door de rook.

Op 14 februari verhuisde het hoofdkwartier weer terug naar het gemeentehuis in Millingen. Om 07:30 uur werden meer dan 300 vijandelijke granaten op Millingen afgevuurd. Hierbij kwam kapitein Bean, ondercommandant van compagnie C om het leven. Bean is waarschijnlijk gesneuveld nabij het gemeentehuis in Millingen. Het gemeentehuis heeft meerdere voltreffers gehad. Ook compagnie A had meerdere voltreffers op de scheepswerf, daarbij zijn 3 gewonden gevallen. Korporaal A.D. Atkinson en de soldaten E.V. Chilton en J.W. Chilton. De gewonden werden opgehaald door 23th Canadian Field Ambulance die in Beek zaten. Later die dag werd door compagnie A gemeld dat er 2 boten met burgers de Rijn overstaken. Op een van de boten zat een Millings schippersgezin bij. Ze werden door compagnie A gevangen genomen en geplaatst in “Wacht am Rhein”.


Op 15 februari werden de mensen ondervraagd die op 13 en 14 februari gevangen zijn genomen door de Canadezen. Compagnie B kreeg om 10:55 uur vijandelijk vuur en toen het rustig werd vuur nam compagnie B wraak en vuurde terug.
16 februari werd de melding gemaakt dat het water nog steeds aan het zakken was. De Royal Engineers zijn gestopt met het rookgordijnen zetten op de dijk, omdat het water genoeg was gezakt en de compagnieën weer terug de huizen in konden.
Op 17 februari werd om 09:00 uur door compagnie A een schip gespot dat richting de Neder-Rijn ging. Er werd besloten om kleine wapens in te zetten om op het schip te schieten. Snel kwam er brand aan boord. Kapitein Frens, een Forward Observation Officer (Artillerie waarnemingsofficier, een FOO), kwam naar Millingen om de Duitse bewegingen aan de overkant van de Rijn te bekijken.
18 februari werd er om 01:00 uur opeens een vijandelijke patrouille gespot. Ze dachten dat deze patrouille 8 man sterk was. Zij kwamen in het gebied van compagnie A. Er werd gelijk actie ondernomen en het schip werd tot zinken gebracht.
19 februari om 00:25 uur gingen opeens boobytraps af bij de dijk. Compagnie A ondernam gelijk actie en opende het vuur met LMG. Om 17:55 voer er weer een boot langs Millingen. Er werd direct met een LMG op de boot geschoten. Vanaf de boot werd niet terug geschoten, maar de MG42 aan de overkant van de Rijn nam meteen wraak op het LMG vuur. Op de avond van 19 februari werd het QOR vervangen door 7th Hampshire Regiment onderdeel van de 130th Brigade van de 43e Britse Divisie. De Britten moesten de Rijn bewaken tot 1 maart.
Op 23 februari was er weer een vijandelijke patrouille op zo’n 400 meter van de post van Ferns, die de rivier probeerde over te steken. Het eindresultaat was 2 gesneuvelde Duitsers en 5 Duitse krijgsgevangen.
De militairen die bij Millingen in februari 1945 zijn omgekomen.
Alle 3 omgekomen soldaten werden op 19 februari 1945 begraven op de tijdelijke Canadese begraafplaats in Jonkerbos. In augustus 1946 kregen de familieleden een brief dat de overblijfselen zorgvuldig waren opgegraven en herbegraven op de nieuwe erebegraafplaats: Groesbeek Canadian Military Cemetery. Bean ligt op graf 5, Rij D op plot I. Payne ligt op graf 13, Rij B op plot I. Webber ligt op graf 1, Rij D op plot I.
Harvey George Willmott Bean.
Harold Payne.
Charles Webber.
Bronnen: Library and Archives Canada, NIMH, QOR Museum, Hans van der Wiel, Privéarchief Siem van der Kolk.
2 reacties op “De bevrijding van Millingen.”
-
Ik mis de vermelding dat bij het bombardement van het pensionaat veel Nederlandse mannen omgekomen zijn. Zij moesten te voet naar Duitsland vanaf Huize Mooiland in Doorwerth om daar te werken, wat ze niet wilden natuurlijk, en overnachten in het pensionaat.
Mijn vader was één van hen. Hij vertelde dat hij had zitten kaarten met de jongens en na middernacht ging iedereen slapen, behalve mijn vader. Hij ging naar buiten, dat kon vanwege de muren. Maar ja, zei hij, er waren overal duitsers. Het was een mooie, heldere nacht. Er kwamen vliegtuigen aan en hij bleef kijken. Toen vielen de bommen. De duitsers waren opeens verdwenen en hij kon nu ook weg omdat er geen muren meer waren. Hij heeft een paar dagen verstopt gezeten vanwege gevechten. Hij had een granaatscherf in zijn voet. Na drie dagen kwam hij bij een boerderij en daar is hij de rest van de oorlog gebleven. Hij eindigde zijn verhaal: de jongens waar ik net nog mee had zitten kaarten die waren er niet meer.
LikeLike
-
Zou u een e-mail willen sturen naar millingeninoorlogstijd@gmail.com ?
LikeLike
-




















Geef een reactie op millingeninoorlogstijd Reactie annuleren