Arnold Hendriks, Leo Hanssen, Arnold Raats en Jan Thunnissen hebben zich intensief bezig gehouden met de hulp aan onderduikers. Arnold en Leo werden op 1 mei 1943 opgepakt vanwege de staking. Met hun terugkeer was het verzet in Millingen niet gestopt. Arnold, Leo, Arnold R en Jan waren vastbesloten om te blijven helpen, vooral nu steeds meer mensen moesten onderduiken. Ze zorgden voor onderduikadressen en brachten mensen naar veilige plekken, vaak in gebieden zoals Gent, Doornenburg, Angeren en Huissen. Ook Joodse onderduikers werden geholpen en de verzetsgroep riskeerde dagelijks hun leven om anderen te beschermen.
Engelse soldaten.
In oktober 1944 kregen ze van Piet Peters uit Lobith een tip dat daar op de steenfabriek twee Engelse soldaten waren. Zij waren bij de brug in Arnhem gevangen genomen, achter Emmerich ondergebracht en vanuit daar ontsnapt. Arnold en Leo gingen op pad om de soldaten op te halen. Met Piet werd afgesproken dat zij de Engelsen zouden ophalen, omdat Arnold goed bekend was met de omgeving van de Bijlandt. Hij besloot samen met Leo Hanssen op pad te gaan. Eerst moesten ze naar de familie Van Raaij, die hen zou helpen met een paard en kar waarmee de Engelsen konden worden vervoerd. Op zaterdag vertrokken Leo en Arnold op hun fietsen, langs de dijk, richting de veerboot. Toen ze aan de overkant van de rivier arriveerden, zagen ze de twee Engelse soldaten al achter een schuur staan, vermoeide gezichten maar wel op hun hoede. Hun kleding viel meteen op: ze droegen overalls die te klein waren voor hun postuur. Waarschijnlijk omdat de Duitsers hen gedwongen hadden andere kleding aan te trekken zodat ze er onopvallend uitzagen. Leo, die de Engelse taal goed beheerste, gaf hen snel instructies om de overalls uit te trekken. De Engelsen kregen de regenjassen van Arnold en Leo over hun militaire uniformen heen, zodat ze minder opvielen.
Zo gingen ze terug naar de overkant van de rivier. Daar stonden de fietsen al bij de familie Van Ophuizen, waar Annie, de dochter van de familie (en later de vrouw van Arnold), nieuwsgierig toekeek. De situatie was te urgent om te blijven praten. Zonder tijd te verliezen, fietsten ze met de Engelse soldaten achterop naar de boerderij van Jan Thunnissen in Kekerdom, een strategisch gelegen plek dicht bij de dijk. Hoewel ze aangehouden werden, verliep het eerste gedeelte van de tocht goed. Het tweede gedeelte was al voorbereid. Er lag een boot op de wal en de vader van Jan zorgde voor de roeispanen. Zondagavond werd de beslissing genomen: de overtocht zou ’s nachts plaatsvinden. Maar de maan stond te fel aan de hemel, en aan beide kanten van de rivier lagen Duitse soldaten op de uitkijk. Het werd te gevaarlijk om te vertrekken. Dus moesten ze wachten tot maandagnacht, de ideale tijd om de overtocht te maken zonder al te veel risico. Maandagnacht was het eindelijk zover. De Engelse soldaten kregen snel een net zondags pak aangetrokken om hun militaire uniformen te verbergen. Ze gingen op pad: twee Engelse soldaten, twee onderduikers en Jan’s neef uit de Ooij, die goed de weg wist over het water naar Ooij. De groep liep naar de steenfabriek Klaverland, waar een boot klaar lag. De tocht zou in de donkerste uren van de nacht plaats te vinden. De overtocht verliep goed er was wel een kort moment van paniek toen ze bijna ontdekt werden door een Duitse patrouille. Gelukkig wisten ze hun kalmte te bewaren en bereikten de Ooij, vlakbij de kruidenier van Dekeling.




Joodse onderduikers bij van der Velden.
In januari 1942 dook de Joodse familie Halberstadt onder bij Hent van der Veld op Rijndijk 22. De familie was al eerder ondergedoken bij mensen, maar daar werd het te gevaarlijk. De familie Halberstadt waren met 6 personen: De heer Louis Halberstadt, mevrouw Juul Halberstadt, dochtertje Bettie Halberstadt, zoontje Victor Halberstadt en de vader en moeder van Juul. De vader en moeder verbleven er maar 2 maanden en toen vertrokken ze alweer. De moeder kon de angst en zenuwen niet meer onder bedwang houden, wat voor een onveilige situatie zorgde. Zij vertrokken en ging weer terug naar Amsterdam. Na de oorlog heeft niemand meer iets van hen gehoord.
De laatste jaren moest Hent vaak naar Amsterdam voor de ondergrondse daar. Hent had daar contact met de zus van Louis Halberstadt.
Op 1 mei 1943 werd het spannend, toen van der Velden meedeed aan de landelijke staking. Er kwamen SS’ers aan de deur, maar de Duitsers konden niets vreemds ontdekken. De tante van Hent had zelf 20 Joodse onderduikers in huis. 14 Dagen na de staking ging Hent bij tante Ellie op bezoek in Amsterdam. Aangekomen in Amsterdam kwam de zus van Louis naar Hent toe die zei “Maak dat je weg komt. Ze hebben net Tante Ellie opgepakt met 12 joden”. Hent ging snel mee met de zus van Louis en kreeg 2 grote koffers mee.
Het huis van Hent werd in 1944 gevorderd door de Duitsers, omdat soldaten mee moesten varen met schepen om zo het Ruhrgebied te bewaken. De bedoeling was dat ze steeds bij het huis van Hent werden afgelost. Uiteindelijk werd hun huis niet meer gevorderd, omdat ze al voor de Wehrmacht werkten. Het huis naast hun werd nu gevorderd, maar wel heeft Hent het hele huis moeten laten controleren van boven tot onder door de Duitsers. De familie Halberstadt zat boven op zolder achter een schot. Het liep goed af, maar iedereen heeft hem flink lopen knijpen.
Eind september 1944 kwamen er verschillende Duitse soldaten langs de deur die “den Kriegs satt waren” en naar de overkant van de Rijn roeiden. Op een nacht sliepen er 12 Duitse soldaten in hun huis. Ze bleven tot de volgende avond. Ze waren de hele dag bezig om de stempels te vervalsen van hun Ausweisen om zo te kunnen vluchten. Het waren angstige uren. Hent verbleef boven samen met de Joodse familie. Precies onder hun sliepen de Duitse soldaten. In de nacht werden ze wakker gemaakt door gebonk van een geweer. De Duitse soldaten moesten overgevaren worden en Hent moest hun naar de boot leiden. Ze zijn met de boot naar Nijmegen gevaren en werden daar krijgsgevangenen gemaakt.
Op 20 oktober 1944 moest iedereen in Millingen evacueren. Hent ging samen met Halberstadt evacueren naar Almelo. De familie Halberstadt ging nu onder de schuilnaam Janssen. Hent kwam 20 mei 1945 weer terug naar Millingen.
Bronnen:
Stichting Margot van Boldrikfonds, familie van der Velden.
Stichting Margot van Boldrikfonds, Arnold Hendriks oorlogs herinneren.
Plaats een reactie