Hr. Ms. Braga in Millingen.
Tijdens de mobilisatie van 1939 kwam de Hr. Ms. Braga versterking bieden aan de Onderzoekings- en Bewakingsdienst Bovenrivieren. De thuishaven van de Hr. Ms. Braga werd Millingen (aan de Rijn) en haar taak was om de grens te bewaken en indien nodig in te grijpen.

Duitse activiteiten rond de Rijn.
Op 9 mei 1940 om 23:45 uur werd er doorgegeven aan de Hr. Ms. Braga dat de scheepvaart op de Waal, Bijlandschkanaal en Pannerdenschkanaal de hele nacht gestremd was. 15 Minuten later werd de order gegeven aan Hr. Ms. Braga om bij grensoverschrijdingen stand te houden tot het uiterste bij de post Pannerden, Millingen. Op 10 mei om 03:35 zag de commandant Luitenant-ter- Zee 1e Klasse Uiterwijk van Hr. Ms. Braga tientallen Duitse vliegtuigen over hen heenvliegen. Hij maakte gelijk een melding van de vliegtuigen. Een paar minuten later kreeg hij te horen dat de Hr. Ms. Braga gevechtsbereidheid moest worden gemaakt. Even later zagen ze een schip ‘Renusboot’ dat probeerde af te zakken, maar toen de M10 (Defensie Motorsloep) naderde, vluchtte het schip het Vossegat in. Korte tijd hierna kreeg 1e luitenant Uiterwijk het bericht van de Marechaussee dat Millingen was bezet door de Duitsers.
De aanval op Braga.
Nadat 1e Luitenant Uiterwijk had waargenomen hoe de Duitsers vanuit Millingen oprukten, openden de Duitsers het vuur vanaf de dijk op Hr. Ms. Braga. Uiterwijk zag ook hoe aan de overkant van de oever bij Pannerden Duitse Panzerwagens de kazematten beschoten. Uit tactisch oogpunt besloot 1e Luitenant Uiterwijk om 08:00 uur de Waal af te zakken tot dwars achter Fort Pannerden. Tussen 2 kribben werd Hr. Ms. Braga aan de grond gezet. Ze hebben water het schip in laten lopen waardoor het 120 mm kanon onklaar werd gemaakt. 1e Luitenant Uiterwijk verliet het schip samen met zijn bemanning. Ze namen een kanon van 37 mm, een mitrailleur van 12,7 mm en zoveel mogelijk munitie mee naar het fort.

Taak verder uit voeren op het land.
De bemanning van de Braga meldde zich bij de fortcommandant Westerveld. Door de beschietingen waren alle bovengrondse telefoonlijnen vernietigd en niet meer te herstellen. Ondertussen waren de kanonnen op het fort bemand. Er werd opeens bij Millingen een Duitse patrouille gespot en Matroos 2e Klasse Joseph Valkenburg reageerde daar gelijk op. Terwijl er op de Duitse patrouilleboot werd geschoten, hield de patrouilleboot zich schuil achter schepen die bij Millingen geankerd waren en voer weer terug naar Lobith. Er waren in totaal 3 schoten gelost op de Patrouilleboot. Ze waren alle 3 mis, maar hebben wel een roeiboot geraakt die bij Millingen lag. Begin van de avond kreeg de fortcommandant Westerveld het bericht van patrouilles dat Millingen en Pannerden volledig waren bezet, en Doornenburg voor de helft door de Duitsers bezet was. In de avond werd er weinig geschoten, waardoor Westerveld de orde gaf zoveel mogelijk uit te rusten van de eerste zware dag, maar uiteraard met behoud van de nodige waakzaamheid.

De 2de dag van de aanval.
Op 11 mei 1940 om 02:30 waren alle posten op het fort weer bezet voor een mogelijke nieuwe aanval van de Duitsers. Zodra het weer licht begon te worden, kwamen weer de eerste grote aantallen Duitse vliegtuigen over het fort heen verder Nederland in. Er werd ook al snel gezien dat er Duitse troepenbewegingen waren aan de overkant van het Pannerdschkanaal en de Waal. Bij Millingen werd een uitgangsstelling vermoed. Tegen 08:00 verschenen een zestal Duitse vliegtuigen boven het fort.De vliegtuigen begonnen met duikvluchten het fort te beschieten met hun boordwapens. De zware mitrailleur van de Braga was boven op het fort geplaatst, waarbij Marinier Jan van Rijn het vuur opende op de vliegtuigen. Minstens 1 vliegtuig werd zwaar geraakt en vloog terug richting Duitsland. Na de aanval van de vliegtuigen gaf Kapitein Westerveld het bevel om nog alleen maar op de vliegtuigen te schieten als zij het fort beschoten vanaf een korte afstand. Dit om zo zoveel mogelijk munitie te besparen. Er werden veel patrouilles uitgevoerd vanuit het fort, waaraan de bemanning van de Braga ook deelnam. Bij een van deze patrouilles is Matroos Zeemilicien Piet Pes niet meer terug gekomen. Waarschijnlijk werd zijn terugtocht door de Duitsers gezien. Om 15:00 uur kwam een patrouille van Doornenburg terug met het bericht van Luitenant V. Son dat Doornenburg helemaal bezet was door een sterke troepenmacht. Die waren nu Artillerie en mortieren aan het opstellen richting het Fort Pannerden.

Overgave van het Fort.
Om 18:45 uur kwamen 2 Duitse onderhandelaars naar Fort Pannerden. Een van hen heette Oberleutnant Dr. Speck die gelijk een ultimatum aan 1e Luitenant Ten Haken gaf. Kapitein Westerveld stuurde 1e Luitenant Ten Haken om de onderhandeling uit te voeren. Het bericht van Oberleutnant Dr. Speck luidde als volgt:”Ich musz das Fort sofort aufforden. Wird es nicht ohne Streit übergeben, dann werden wir er mit nit Gewalt nehmen müssen. Sie werden dann beschossen mit schwerer Artillerie, die schon aufgestellt ist und mit Stuka’s. Unsere Pantzer fur den angriff stehen bereit. Sis sind volkommen eingeschlossen, das gaze hiterland ist in Deutscher hand:’Maas ist uberschritten, Gegenstand ist volkommen nutzlos. Wir stehen mit unsren Fliegern in Funkverbindung. Wir kommen nicht als Feinde und wollen deshalb unnötiges Blutvergiessen vermeiden”. 1e Luitenant Ten Haken had geantwoord dat hij hier geen beslissing over kon nemen en vroeg om uitstel tot 19:30 uur. Oberleutnant Dr. Speck ging hier mee akkoord. Kapitein Westerveld riep direct een krijgsraad bijeen met Reserve 1e Luitenant Ten Haken, Luitenant-ter-Zee der 2e Klasse J.H. Uiterwijk en Luitenant-ter-Zee der 3e Klasse F.P.A. Jamin beide van de Braga. De situatie zag er niet goed uit. Het fort was helemaal omsingeld vanuit Millingen, Doornenburg en Pannerden. Men trok al snel de conclusie dat ze in een volkomen hopeloze positie zaten en dat het uit het militair oogpunt bekeken, geen nut meer had om te vechten. Op 11 mei om 19:30 uur werd Fort Pannerden overgegeven aan de Duitsers na een moedige gevecht. De manschappen mochten nog tot 12 mei op het fort blijven en werden daarna afgevoerd via Nijmegen naar Duitsland.

Bron: NIMH.




Plaats een reactie